U bent hier
Home > Nieuws > Jeugdcompetitie Vissen

Jeugdcompetitie Vissen

Zaterdagmiddag 30 juni. Eén uur. Zo’n dertien jongens en meisjes verzamelen zich met hun (groot) ouders bij de brandweerkazerne. Het is de tweede (zater)dag van de competitie. Evenals vorige week zal gevist worden in de Jisperwegsloot tegen de Zuiddijk aan. Op het weiland. Dat betekent minder waterplanten en de wind in de rug. Engel Dekker is deze middag de coördinator. “Als we maar voor vier uur thuis zijn”, hoor ik een ouder gekscherend zeggen, “want dan voetbalt Messi”. De competitie beslaat drie wedstrijden waarbij de slechtste vangst geskipt wordt. Dus een keertje missen kan nog. Voorwaarde is dat de deelnemer een zwemdiploma heeft. En natuurlijk een jeugdvispas.

 Er wordt driemaal twintig minuten gevist. Elke keer schuift de ploeg een eind op. Met vijf fikse stappen tussenruimte. Zodat je niet in elkaars viswater zit. Toch zie ik soms jongens stiekem hun tuig in de buurt van hun buurjongen gooien als deze op zijn stek vis blijkt te vangen. Het gras bij de buren lijkt altijd groener. Vanaf de start wordt er fiks gevangen. Nadat het eerste startsignaal geklonken heeft, vliegen de vissen van de sloot in de emmer. Veelal voorntjes en baarsjes. De grootste ruim anderhalve decimeter. De kleinste een halve. Maar elke vis die op het droge komt, telt voor één. Na twintig minuten wordt de tussenstand genoteerd en verdwijnt de vangst weer de sloot in. Er wordt gras in de emmer gegooid om te voorkomen dat de vis uit de emmer springt. Of een deksel met gat in het midden. Want de vis springt altijd vanuit de rand omhoog. Ik heb weer heel wat bijgeleerd deze middag. Onder andere dat de kleine made waarmee ze veelal vissen pinkies heten en dat je ze een tijdje in de koelkast kunt bewaren. Dat je de emmer niet met water moet vullen op de stek waar je gaat zitten omdat je daarmee de vissen verjaagt. Deze plek blijkt visrijk. Dicht bij een waterinlaat.

Een van de deelnemers wordt gebeld door zijn oma. Niet veel later komt ze zelf aanfietsen om haar kleinzoon bij te staan. Want de vis moet zo snel mogelijk netjes van de haak af om weer verder te kunnen gaan. Oma zou het liefst zelf de hengel ter hand nemen. Her en der hoor ik vaders hun zoons instrueren. Zoals ze zelf vroeger vermoedelijk ook instructie kregen.

Drie keer twintig minuten is lang zat voor deze leeftijdsgroep. De spanningsboog is niet zo groot. Zeker niet als er een tijdje geen vis aan de haak komt. Een jongen neemt een fikse hap uit de witte boterham die vermoedelijk als aas zou moeten dienen.

Aan het eind bij de auto’s wordt de tussenstand bekendgemaakt. Vandaag zijn 141 vissen verschalkt. Fenna heeft de meeste gevangen. Maar liefst 18 stuks.

Geert

Top