U bent hier
Home > Nieuws > 4 mei, de herdenkingsdiensten in Zuidoostbeemster en Middenbeemster

4 mei, de herdenkingsdiensten in Zuidoostbeemster en Middenbeemster

Dit jaar is het 80 jaar geleden dat het einde van de tweede wereldoorlog eindelijk doorbrak. Dit werd dit jaar groots herdacht zowel in Zuidoostbeemster als in Middenbeemster.

De 82 jarige dochter van Roy Bishop was onder andere met haar familie aanwezig. Haar vader sneuvelde hier in de Beemster aan de Zuiddijk op 10 april 1943 voordat zij geboren werd. Zijn lichaam en dat van zijn kameraden liggen begraven op de Nieuwe Ooster begraafplaats in Amsterdam. Dit was voor de familie een emotioneel moment. Daarnaast was ook de familie van Sergeant Kenneth Herbert Dobb aanwezig. Hij sneuvelde samen met Alexander Morrison Pilans op 19 augustus 1940 op het terrein van de Zuiderweg 41 waar nog steeds hun laatste rustplaats is.

Ook bijzonder was het dat er een groep van 20 Canadese studenten aanwezig waren. Zij maken een reis langs bijzondere plaatsen uit de tweede wereldoorlog, De Beemster kon daar niet uit ontbreken Familieleden van drie van deze studenten hebben de oorlog van dichtbij meegemaakt.

De kleinzoon van Rita Bishop, Ryan Bright las in Middenbeemster een gedicht voor van Colonel John McCrae uit 1915 wat hij schreef gedurende de eerste wereldoorlog over de klaproos en de gevallenen (the poppy).

De klaproos is een symbool geworden voor het herinneren van de gevallenen.

In Flandres fields
In Flandres fields the poppies blow
between the crosses, row on row
That mark our place: and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below

We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw the sunset glow
Loved, and were loved, and now we lie
In Flandres fields.

Take up our quarrel with the foe:
to you from failing hands we throw
the torch: be yours to hold it high

If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flandres fields.

4 mei Comité Middenbeemster

20 Canadese studenten aanwezig bij de herdenkingen dit jaar

Op 4 mei waren bij de herdenkingen in Zuidoost- en Middenbeemster 20 studenten en hun begeleiders aanwezig. Zij komen uit Vancouver Canada. Ze maken een rondreis langs belangrijke plaatsen uit de tweede wereldoorlog en de Beemster kon daar niet uit ontbreken. Drie van deze studenten hebben familieleden die te maken hebben gehad met de oorlog en hebben die informatie met ons gedeeld.

Cameron Clark, achterneef van Gerald Balfour Leaker
Gerald schreef zich in 1939 in voor het 3rd Canadian Regiment, in 1943 werd hij samen met 22,000 man verscheept naar Engeland waar hij nog een jaar van training kreeg. 5 dagen na D-day werd hij uitgezonden naar Frankrijk en vandaar verder door België en naar Nederland. Zijn regiment heeft meerdere taken gehad waaronder het verwijderen van de Duitsers uit Amsterdam zodat de haven toegankelijk werd voor de geallieerden. Hij werkte langs de Maas en in steden zoals Best en Oirschot en weer terug naar de Ardennen om daar weer de oprukkende Duitsers tegen te houden en heeft regelmatig oog in oog met deze mannen gestaan.
Gerald bleef tot 1947, hij heeft het nog vaak over de familie gehad waar hij was ingekwartierd.

Jaime De Costa, familielid van Ed Kobasiuk
Ed Kobasiuk sloot zich in 1942 aan bij het Canadese leger, waar hij een opleiding volgde tot koerier en later deelnam aan de invasie van Normandië op D-Day in juni 1944. Hij navigeerde door mijnenvelden, vijandelijk vuur en fouten van bevriende bombardementen terwijl zijn eenheid door Frankrijk, België en Nederland trok. Hij vertelde over aangrijpende taferelen van verwoesting, nachtelijke opmarsen en een diep plichtsbesef tijdens de bevrijding van Europa. Ondanks persoonlijk verlies en ontberingen vond hij betekenis in kleine daden van vriendelijkheid, zoals het bezorgen van lekkernijen aan een kinderziekenhuis in Nederland. Tijdens zijn stationering in Utrecht ontmoette Ed een jonge Nederlandse vrouw genaamd Heintje (Hettie) Maria Cohrs en werd verliefd. Na de oorlog onderhielden ze een langeafstandsrelatie voordat Hettie naar Canada emigreerde, waar ze uiteindelijk trouwden. Hun leven samen verliep niet zonder moeite – ze moesten zich aanpassen aan het ruige leven in Canada – maar hun band bleef bestaan. Ed noemde Hettie humoristisch zijn ‘krijgsgevangene’, omdat hij vond dat de ontmoeting met haar het beste was wat hem tijdens de oorlog was overkomen.

Hayden Bekhuys, kleinzoon van Jan Bekhuis
Jan en zijn broer Henri, twee tieners, woonde in Vasse vlak bij de grens met Duitsland toen in 1940 de Duitsers Vasse overrompelde. Het duurde niet lang of zij kwamen met het verzet in aanraking en hielpen mee om een radionetwerk op te zetten. Onder het mom van duiveneieren zoeken in bomen, legden ze stiekem antennes aan. Afschuwelijke herinneringen aan buren die werden geëxecuteerd omdat ze mensen hielpen schuilen, dat terwijl ze zelf ook een geheime kamer hadden voor onderduikers. Hoe zijn fiets was gestolen door de Duitsers en dat zijn vader hem terug stal en hem overschilderde. Zijn grootmoeder woonde in London als tiener en leefde tijdens de oorlog in voortdurende angst tijdens de vele bombardementen. Beiden ontmoeten elkaar na emigratie in Canada.
In times when others forget their history, we remember” Aldus Hayden Bekhuys

4 mei comité

Top