U bent hier
Home > Nieuws > Aleid Truijens over Hella Haasse in de tuin van Betje

Aleid Truijens over Hella Haasse in de tuin van Betje

Zondagmiddag 17 juli zaten wij gezellig onder de parasol of in de schaduwen van de appelbomen in de sfeervolle tuin van het Betje Wolffmuseum te genieten van het interview dat José Ferdinandus voerde met de schrijver en publiciste Aleid Truijens over haar nieuwste boek: de biografie van Hella Haasse.

Voorzitter Aafje de Jong had ons toen al hartelijk welkom geheten, en was onder de indruk van de druk bezette tuin. Dit idee uit nood in de Coronatijd geboren, zal een vaste traditie worden, maar na de zomer vinden de andere literaire bijeenkomsten weer plaats in het sfeervolle culturele centrum onder de Linden.

Zolderkamertjespolitiek
De zolderkamer van Betje staat in schril contrast met het kleine formicatafeltje waarop Haasse haar boeken tikte op haar vertrouwde Remington, en ook met het grote bureau dat haar man had ingenomen in het nieuwe huis wat ze op oudere leeftijd hadden betrokken in de buurt van het Leidseplein. Hieruit blijkt ook de rode lijn in het leven van Haasse, namelijk het gevoel dat ze altijd in iemands schaduw stond. Dat was in haar huwelijk, dat was in de relatie met haar kinderen, die haar van alles verweten, en dat was in de literatuur waarin vooral over de grote drie werd gesproken, en weinig plaats was voor vrouwen en al helemaal niet voor een weinig literair aandoende vrouwelijke auteur die een soort veredelde streekromans schreef, en dus zeker geen  hoogliteratuur. Met Mulisch een eclatante vertegenwoordiger van deze ‘stroming’ had Haasse een ‘moeilijke’ relatie; zij kon hem niet luchten of zien. Ze vermeed zorgvuldig het beroemde en beruchte café Americain waar Mulisch zo’n beetje overnachtte, en het verhaal gaat ook dat iedere keer als ze hoorde dat Mulisch bijvoorbeeld niet de Nobelprijs had gekregen, zij een vreugdedansje deed.

Kritieke kinderperiode, en kritiek
Truijens vertelde over een periode dat Hella als jong meisje bij twee strenge tantes moest logeren, en dat daar haar schrijverschap is ontstaan. Ze ging toen verhalen schrijven over een mooi meisje dat de aandacht trok maar heel eenzaam en diep ongelukkig was, omdat niemand haar begreep. Dit is een thema geworden in het leven van Haasse. Ze voelde zich diep van binnen onbegrepen: door haar familie, door vakgenoten, door haar man die meende dat híj een goed schrijver was, maar het niet was, en die niet kon omgaan met de roem van een vrouw die al snel veel meer dan de klassieke ‘kostwinner’verdiende. Inzake het feminisme was Haasse ambivalent. Zij voelt zich geen uitgesproken feministe, maar is er ook niet tegen. je weet eigenlijk nooit helemaal zeker waar zij staat en dat gebeurt vaker in heikele kwesties bij Haasse.

Maar sommige hedendaagse critici maken het wel heel bont door haar van racisme te beschuldigen. Schrijver dezes hoorde op radio1 zeggen dat haar boek Oeroeg een inlegvelletje moest krijgen, omdat het zo duidelijk een sfeer van kolonialisme en onderdrukking zou hebben. Je vraagt je af welk boek ze dan hebben gelezen?  Zeker toch niet Oeroeg, een juweel van een boek met sfeervolle beschrijvingen dat zo prachtig een vriendschap neerzet, die bemoeilijkt wordt door de vooroordelen van de volwassen en later door het uitbreken van de Indonesische onafhankelijkheidstrijd…. Een boek dat een plaats in de canon zou moeten krijgen als uitgangspunt van hoe we daar zijn gekomen en wat we daar hebben gedaan…

Ten slotte
José Ferdinandus liet Truijens stukjes voorlezen uit boeken van Haasse, ook een brief over Betje, waarnaar wij geboeid luisterden. Er hing in de tuin een aangename sfeer. Je kon je voorstellen dat Betje Wolff was opgestaan op haar zolderkamer, het raam had opgezet en ademloos luisterde naar wat die man in die brief geschreven door Haasse toch allemaal over haar beweerde…. Dat het talrijke publiek zeer geïnteresseerd was in Haasse bleek des te meer uit de vele vragen na afloop uit het publiek waarbij nog vele weetjes aan het verhaal konden worden toegevoegd.

De voorzitter moest ingrijpen en de vele vragen onderbreken. Ze overhandigde een bos bloemen aan José Ferdinandus die met haar uitgebreide kenniskring in het literaire circuit en haar liefde voor boeken, dit initiatief samen met het museum is gestart, en natuurlijk kreeg de auteur ook een cadeau aangereikt. Na afloop werden nog vele vuistdikke exemplaren van de biografie gekocht en lieten velen die signeren. Al met al was het weer en onderhoudende middag geweest waarin we veel leerden over het bijzondere leven van Haasse, die ook een bandje had met het koninklijk huis, en die echt wel de titel verdiend Grande dame van de Nederlandse literatuur verdiend.  In Frankrijk waar ze zeer populair is, vonden en vinden zij dat wel…!

Cor Wagenaar
overtuigd Hella Haasse fan

Top