Enerverende literaire avond met Kees ’t Hart en Alexander Reeuwijk in Betje Wolffmuseum Nieuws by sjaakmartens - 11 november 201811 november 2018 Vrijdagavond 9 november vulde de zolder zich met geïnteresseerde Beemsterlingen die na de introductie door mw. Smith-van der Veen geboeid luisterden naar het interview dat Alexander Reeuwijk had met Kees ’t Hart. Kees legde uit dat hij vaak het idee voor een boek krijgt naar aanleiding van een specifiek voorval. Bijvoorbeeld met betrekking tot zijn boek ‘Navolging’ was dat de scène waarin Betje Wolff beschreef hoe zij in Wiewerd bij de skeletten was geweest en getuige was hoe de hand afviel van het skelet en daarover zeer veel schik had. Deze skeletten zijn tegenwoordig nog te zien aldaar, maar liggen nu netjes achter glas. Kees ’t Hart heeft naar aanleiding van zo’n idee dan wel maanden broedtijd nodig om de roman gestalte te geven. Hij heeft dan wel een globaal plan, maar legt dat niet vast zoals veel andere schrijvers wel doen, door allerlei briefjes bijvoorbeeld op te hangen. Bij hem gaat het meer erom de juiste toon te vinden, en dat kan soms wel even duren, maar als hij die toon eenmaal heeft kan hij aardig goed opschieten met het werk. Bij het schrijven van ‘Navolging’ nam hij ook de kans waar de als brave burgers bekend staande Betje Wolff en Aagje Deken, wat minder braaf voor te stellen. Bij monde van het hoofdpersonage Vincent Gorter, die erop uit is het pornografische karakter van de dames op het spoor te komen en die ook parallel aan deze zoektocht een heftige erotische relatie begint met ene Mies Halbertsma, lezen we zinnen als deze die worden toegeschreven aan Betje Wolff: “De bungeling zit bij de Man van Voren En Hoort tot zijn Algehele toebehoren.” (Navolging 2004, Querido blz36) Deze Vincent doet alles om de waarheid boven water te krijgen, ook inbreken bijvoorbeeld bij de bekende Betje Wollf onderzoeker Buinsters. Deze Buinsters overigens die echt bestaat en door de schrijver benaderd is, was niet kwaad en heeft hem nog een keurige brief geschreven, met wel correcties inzake het leven van de dames. Alhoewel de schrijver wel toegeeft dat hij niet echt gelooft dat Betje of Aagje zich aan pornografie hebben bezondigd, vindt hij het wel een reële mogelijkheid. Kees ’t Hart houdt er van om de zaken te overdrijven, en ook aan te schoppen tegen heilige huisjes en bijvoorbeeld de wereld van de academici belachelijk te maken of sowieso de mensen wat meer in hun hemd te zetten. Overigens vertrekt hij wel vanuit controleerbare feiten, en gebruikt hij in plaats van brieven e-mails en sms-berichten, want een roman moet wel een zo hoog mogelijke geloofwaardigheid krijgen vindt hij. Onderzoek doet hij ook grondig in archieven, door netwerken in kaart te brengen en allerlei locaties te bezoeken. Zo heeft hij uitgebreid onderzoek in Frankrijk gedaan inzake de belevenissen aldaar van de dames. Hij vertelt de anekdote dat er een bepaalde sekte was ontstaan die bloot door de straten liep, waar de schrijfsters wel degelijk kennis van hadden genomen en iemand daarvan kenden. Ook heeft hij archieven uitgeplozen en het huis bekeken waar ze hun domicilie hadden. Van de zeven jaren dat zij daar waren is weinig bekend. Het was wel een heel interessante en ook moeilijke tijd, want je moest iedere keer oppassen en uitleggen aan welke kant je stond, revolutionair of voor de monarchie, en je kon zomaar het bekende lot van de guillotine toebedeeld krijgen. Als er zo’n demarcatielijn is, dan raakt Cees ’t Hart extra geïnteresseerd. Zo zou hij van de persoon Albite die in die tijd leefde nog wel een aparte roman willen maken, omdat hij hem zo’n indrukwekkend figuur vindt die eerst aanhanger van Robespierre was, maar zich later daarvan distantieert en generaal wordt in leger van Napoleon. Cees ’t Hart houdt erg van het tragisch-komische en laat zijn hoofdpersonen regelmatig falen of in ernstige problemen komen. Bijvoorbeeld in zijn roman Teatro Olimpico(2014) dat handelt over twee theatermakers die een toneelstuk willen opvoeren over Rousseau in het mooie theater Olimpico in Vincenza dat ligt in Italië. In dit boek ontstaat een groot conflict tussen de ambities en dromen van de twee hoofdpersonages die een stuk willen maken dat vooral niet op Becket lijkt, maar uiteindelijk zoveel concessies moeten doen aan de theateruitvoerders dat het toch weer wel op de grote Becket lijkt en ze huilend achter de coulissen staan, terwijl ze links en recht felicitaties krijgen over hun geslaagde, succesvolle uitvoering. Cees leest hierover een stukje voor waarbij een stop in Duitsland op de bekende raststätte een samenzijn wordt met vrachtwagenchauffeurs uit alle landen en een groepje prostituees, dat ‘gezellig’ langs komt. De volgende ochtend krijgen ze bezoek van de politie en moeten ze in het Duits uitleggen wat er toch voorgevallen is, terwijl er twee dames van plezier in de regen er bedremmeld bij staan. Deze hilarische scène krijgt veel bijval vanuit het publiek, dat een heel genoeglijke avond beleeft, want het is zoals farce majeure al zong: uit het leven gegrepen….en komisch bovendien. Als Alexander Reeuwijk aan ’t Hart op de man af vraagt wat voor mensbeeld hij nu heeft, valt de auteur stil. Wel kan hij antwoorden hoe hij naar zichzelf kijkt, en dan komen er trefwoorden als: schaamte, voorgewende bescheidenheid, rancuneuze denkbeelden, kop in ’t zand mentaliteit, want wat is mijn maatschappelijke bijdrage, behalve dan een boek schrijven over bepaalde zaken? Hij vindt zichzelf een dromer, maar ook weer heel gewoon… Het laatste boek dat besproken wordt is Wederzijds(2017). Dat vertrekt vanuit een autobiografisch voorval, namelijk het bekladden van de voorgevel van het eigen huis met graffiti. Vervolgens is de rest van het boek fictie, want het boek gaat over een vereniging die de naam Wederzijds draagt en waarvan je voor 300 euro lid kan worden. Deze vereniging beschermt je dan tegen dit soort vandalisme, maar wel wordt er bijvoorbeeld van je verwacht dat je gaat surveilleren in de buurt. Het blijkt een vereniging met een omineus karakter dat aan de bekende maffiapraktijken doet denken. Want de plegers van de daders worden niet zelf bestraft, maar wel hun familieleden, dat kan dan bijvoorbeeld een oud omaatje zijn in een ver plaatsje elders in het land. De leden van deze vereniging raken meer en meer verstrikt in het web van eigenrichting en paranoia, want iedereen kan verdacht zijn en wat als iemand weet dat je lid bent? Het wordt nog gecompliceerder als er een concurrent verschijnt die net onder de marktprijs werkt en een zelfde methode hanteert. Veel personages in dit boek komen flink in de problemen, dat lijkt een soort rode draad te zijn in de boeken van Cees ’t Hart. Alexander Reeuwijk, die ook de nodige publicaties op zijn naam heeft staan, vat het als ongeveer als volgt samen: de hoofdpersonages lijken in een soort spagaat te komen… Ze willen ten koste van alles hun ambities, wensen en verlangens najagen, maar kunnen niet meer terugkeren op de eenmaal gekozen weg, die veelal leidt naar teleurstelling, ellende en frustratie. Het resulteert dan wel in een heel apart tragisch-komisch verhaal. Momenteel is de schrijver aan het werken aan een nieuwe roman die handelt in de Weimartijd, een geweldige interessante periode vindt de schrijver. Ook daarin is er een voorval van een familie uit Franeker die een bezoek wil brengen aan de gigant Goethe, die toen een soort superster was en waarvoor de mensen in de rij stonden. In het voorjaar wordt verwacht dat het boek wordt uitgegeven. Al met al een zeer geslaagde literaire avond op de sfeervolle schrijfzolder van het Betje Wollfmuseum. Na nog een borrel en hapje, en napraten met de schrijver ging een ieder weer zo te merken goedgemutst naar huis. Cor Wagenaar Dit delen: Delen op X (Opent in een nieuw venster) X Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook Gerelateerd