Hoe de natuur domineerde bij Boeken bij Betje Nieuws by sjaakmartens - 1 september 20211 september 2021 Middenbeemster, zondagmiddag 29 augustus, de weergoden bepaalden dat het beter was niet in de sfeervolle pastorietuin plaats te nemen, maar een droog onderkomen te zoeken in cultureel centrum onder de Linden. Hier werden de bezoekers voor de lezing van botanisch filosoof Norbert Peeters gastvrij ontvangen. Na het welkomstwoord van Janet Smith-van der Veen en daarna de deskundige introductie van de auteur door José Ferdinandus, startte Alexander Reeuwijk gewoontegetrouw met een serie van vragen aan de schrijver tegenover hem, die bepaald geen onbekende van hem is. Wat Peeters opviel aan de schrijfzolder van Betje was een klein portretje aan de wand van Rousseau. Later legde hij uit dat ook Rousseau al eerder dan Betje en Aagje een brievenroman had geschreven, getiteld Julie, ou la nouvelle Héloïse waarin het hoofdpersonage in de moeilijkheden komt door een liefdesaffaire met een leraar. Maar daarnaast komt daarin het onderwerp tuinen aan bod komt. De zoektocht naar de ideale tuin is een metafoor voor wat de ideale vorm van natuur is, waar het lijkt alsof de mens niet heeft ingegrepen. Zoals bij de Engelse tuin, die in tegenstelling tot de Franse tuin veel romantischer is, en kronkeliger en wars van symmetrie. Hier raken we al gelijk aan de kern van het onderwerp. Wat is natuur eigenlijk? Bestaat er eigenlijk nog wel natuur zonder ingrijpen van de mens? En wat is natuur nog in Nederland? Natuur is voor tevreden en legen? De publicist en enthousiaste botanicus Peeters citeerde een paar regels van een zeer bekend gedicht van de dichter Bloem, waarin die onder andere zegt over de natuur in Nederland: Een stukje bos, ter grootte van een krant, Een heuvel met wat villaatjes ertegen. Bloem kon domweg gelukkig zijn in de Dapperstraat en in de context van de stad genieten van door zolderramen omrande wolkenluchten. Dat is ook zeer juist, wat er bestaat alleen maar natuur, de wildernis is overal, ook in de stad. Dat maakte Peeters ook goed duidelijk. Waarbij zij opgemerkt dat de kunst van het genieten bestaat uit de juiste attitude, waarin de wonderen van het leven zoals het is, pas gezien worden in een staat van zijn waarbij je niets verwacht, maar wel openstaat- alles is veel voor wie niet veel verwacht, dat is de kernzin in dit veel geciteerde gedicht van Bloem. Daaruit spreek een filosofische verwondering die haaks staat op consumeren van natuurgebieden voor leeg vermaak, zoals vooral in onze tijd geschied. Planten als complexe en ondergewaardeerde wezens en de waterwolfUiteraard ging het niet over Bloemige gedichten, maar over vergezichten in alles wat natuur is en wat zich daarin allemaal voordoet. Peeters wees ons op het gebrek aan waardering voor planten, terwijl planten juist van een enorme complexiteit zijn en wezens die zich geduldig laten bestuderen en niet protesteren als we er allemaal proeven op doen, zoals bij dieren uiteraard wel het geval is. Hij sprak zeer begeesterend over de latere Darwin die vooral planten ging bestuderen, en langzamerhand allerlei dingen ontdekte waarin ze in zijn tijd nog geen weet van hadden. Bijvoorbeeld dat bepaalde planten zich volledig aanpassen op insecten, zodat de kruisbestuiving kan plaatsvinden en dat ze vooral reageren op stikstof…Peeters is zeker ook sterk beïnvloed door de filosoof Oudemans, waarvan hij jaren lang assistent is geweest. Ook daarover vertelde hij allerlei anekdotes. Een andere liefde van hem is de bekende Rumphius, de blinde ziener van Ambon, die een merkwaardig leven heeft gehad, maar prachtige boeken over de natuur ter wereld heeft gebracht. Verder dient vermeld te worden dat we met de waterwolf nog niet klaar zijn, deze ‘diersoort’ ondermijnt niet alleen stelselmatig het vondelpark, maar vormde en vormt nog steeds een grote bedreiging voor de toekomst van Nederland specifiek en de wereld in het bijzonder. De wildernis is overal, en helaas de invloed van de mens is zo groot geworden dat we naar alle waarschijnlijkheid door teveel geluiden van allerlei deskundigen door de bomen het bos niet meer kunnen zien, een spreekwoord dat misschien door de voortschrijdende ontbossing ooit zijn semantiek zal verliezen… Daarover hebben we het niet gehad deze boeiende middag, maar wel over de pennenvruchten van Norbert Peeters die na afloop door diverse toehoorders werden gekocht en door hem gesigneerd werden. Zo vonden wij schuil onder de linden, omdat we de tuin van Betje waren ontvlucht om geen nat uur te krijgen, maar zodoende veel meer begrip hebben gekregen voor alles wat rondom ons groeit en bloeit. Ooit heeft een filosoof die naar Nederland was uitgeweken, betoogd dat God in al zijn uitgebreidheden en manifestaties vooral in maar één boek beschreven staat, te weten het boek van de natuur. Dat boek is vandaag opengeslagen en daaruit hebben we een paar regels als honing tot ons laten komen. Weer een geslaagde literaire middag, met veel stof tot nadenken…. Cor Wagenaar Bloemig dichtertje in de Beemster Dit delen: Delen op X (Opent in een nieuw venster) X Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook Gerelateerd