Jack Otsen over opa & vader van Carel (Fabritius) Nieuws by sjaakmartens - 15 april 201915 april 2019 In aanloop naar de onthulling van het borstbeeld van Carel Fabritius wordt in de Keyserkerk een kort symposium gehouden met een drietal sprekers, waaronder historicus Jack Otsen. Hij zoomt met name in op het toch wel enigszins turbulent leven van (vooral) opa Fabritius). In het kader van “vroeger was alles beter….”. Historicus Jack Otsen doet in zijn inleiding een boekje open over de opa van Carel Fabritius: Carolus Petri (= Carel Pieterszoon). Deze is na 1584 (Gent ingenomen door de Spanjaarden) zoals zo velen gevlucht uit de Zuiderlijke Nederlanden naar het Noorden. In 1586 wordt hij predikant in Westfriesland (o.a. Aartswoud en later Westwoud) en in 1602 Predikant in Purmerend. Rond 1597 trouwt hij met Anna Jansdochter. Uit dit huwelijk komt de vader van de schilder voort. Als Anna overlijdt, legt hij het aan met zijn dienstmeisje. Zij wordt zwanger van hem en als hij haar verplicht tot abortus, overlijdt zij aan de gevolgen. Uiteraard levert dit een schandaal op in Purmerend. Hij wordt onder censuur geplaatst (kerkelijke strafmaatregel) maar de Kerkenraad durft geen besluit te nemen over zijn ontslag en legt de hete aardappel neer bij de Classis van Edam. Maar ook die schuiven de bal door naar de landelijke Nationale Synode. Omdat hij in het openbaar vanaf de kansel schuld heeft bekend en zich ondertussen in zijn tweede huwelijk netjes gedraagt, hoeft hij geen ontslag te nemen. Hij is in 1609 namelijk getrouwd met Marritje Jansdochter, dochter van de in 1613 benoemde gemeentesecretaris Jan Willemzoon Sijtwind. Marritje kan het echter absoluut niet vinden met haar stiefmoeder Elwig Pieterdochter. Het loopt zelfs zo hoog op dat ze elkaar beschuldigen van overspel! Ook nu weer moet er een openbare schuldbekentenis en verzoening aan te pas komen. Wellicht is door al deze consternatie vader Sijtwind hevig aan de drank geraakt. Hoe het ook zij, ouderlingen, waaronder de in 1620 als tweede predikant benoemde Josua de la Cave, moeten regelmatig op huisbezoek komen om Jan Willemszoon vermanend toe te spreken. Uiteindelijk raakt Zijwind zijn functie kwijt. Bij zijn overlijden laat hij zijn erven een drankschuld na van verteerde brandewijn. Met Josua van der Kaar loopt het ook niet zo goed af. Ook hij wordt beticht van een seksueel delict. Met als gevolg ontslag in 1623. Al moet je bij dit alles in het achterhoofd houden dat er in die tijd een felle richtingenstrijd gaande was binnen de Kerk. In 1619 wordt Pieter Carelszoon als eerste schoolmeester, koster en voorzanger benoemd in de nieuwe droogmakerij. Hij vestigt zich in het Kerkenbuurtje. Aan de voet van ‘zijn’ kerk. Maar liefst elf kinderen worden geboren. Waaronder op 27 februari 1622 Carel. Moeder Fabritius (die familienaam hebben ze pas later toegevoegd) was vroedvrouw. Dit zal haar ongetwijfeld tot steun zijn geweest bij haar bevallingen. Vader Pieter Carelszoon was ook een verdienstelijk amateurschilder. Gezien het schilderij (in de Keyserkerk) welke met grote zekerheid aan hem wordt toegeschreven. Drie zoons, Carel, Barent en Johannes erven de artistieke vaardigheden van hun vader. De broers zijn echter voorbestemd om timmerman te worden. Vandaar de latere naam Fabritius. Pieter Carel wordt naarmate de jaren vorderen door inwoners van de Buurt met enige regelmaat beticht van ‘ouderdom en impotentie’. Met dit laatste zal niet zozeer zijn seksuele activiteit als wel zijn vaardigheden om zijn beroepen goed uit te kunnen voeren bedoeld zijn. Hij weet het bestuur echter te overtuigen om zijn functies te mogen blijven vervullen. Hoe het ook zij, de wrevel onder de bewoners lost vanzelf op bij zijn overlijden op 55 jarige leeftijd. Geert Dit delen: Delen op X (Opent in een nieuw venster) X Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook Gerelateerd