U bent hier
Home > Nieuws > Over de teloorgang van de soorten (en hoe Darwin zich aan de stad aanpaste)

Over de teloorgang van de soorten (en hoe Darwin zich aan de stad aanpaste)

Vrijdagavond 10 mei was de laatste bijeenkomst van Boeken bij Betje van dit seizoen. Na het welkomstwoord van Janet Smith-van der Veen en een korte inleiding van de herstelde José Ferninandus, die ons trouwens nog verraste door een gedichtje te citeren over het verdwijnen van de soorten recent gemaakt door Ilja Leonard Pfeijffer, startte Alexander Reeuwijk de avond door zijn vragen af te vuren op de gast van deze avond de evolutiebioloog, hoogleraar, publicist en onderzoeker Menno Schilthuizen.
Natuurlijk was de eerste vraag wat de gast van de werkkamer van Betje vond? Nou, lijkt enigszins wel op die van hem, maar met verschil dat er een krokodil aan het plafond hangt en het verder gevuld is met rariteiten uit vooral Maleisië, waar hij veel komt voor onderzoek aldaar naar de biodiversiteit. Ook heeft hij een schrijversritueel dat bestaat uit het halen van een gevulde koek bij het bakkertje om de hoek en het zetten van koffie, waarna hij aan het schrijven gaat.

Tot nu toe niet erg spannend ook al had Alexander even daarvoor een heroïsche anekdote aan ons vertelt, waarin hij getuigde hoe hij met ´gevaar voor eigen leven´ een gierzwaluw had gered op een bouwplaats die bij had zitten komen van een gevecht met een ekster. Maar die gierzwaluw kwam later wel ter sprake, want deze vogel heeft zich volledig aangepast aan wat voorhanden is in het landschap, dus ging hij nestelen in hoeken en gaten van huizen en gebouwen in plaats van op de rotsen. Daarmee komen we aan op het onderwerp dat Schilthuizen in zijn met de Jan Wolkers prijs bekroonde boek `Darwin in de stad´ uitgebreid behandelt.
Darwin in de stad

Het blijkt dat dieren in de stad zich snel hebben aangepast aan de steden van de mens. Schilthuizen noemt bijvoorbeeld de merel daar als voorbeeld van. De bosmerel is naar de stad gekomen en is geworden tot stadsmerel met een kortere snavel en bekend met gedrag hoe te overleven in de stad. De bosmerel bestaat ook nog steeds, maar heeft in de stad geen kans van slagen.

Die aanpassing gebeurt bij dieren dus sneller dan Darwin dacht. Althans, hierover verschillen de meningen ook nog onder de biologen, de één noemt dit namelijk een voorbeeld van micro-evolutie de andere niet. We kregen namelijk ook de vlinder te zien waarbij de éne vlinder een donkere kleur had ontwikkeld, die nodig was om te overleven op de beroete berkenstammen tijdens de industrialisatie in Engeland waarbij de witte variant geen kans van slagen meer had. De kleur daarbij veranderde weliswaar, maar de vlinder bleef wel dezelfde vlinder, dus zou het geen echte evolutie zijn. Nu heb ik begrepen van de schrijver dat evolutie vooral moet begrepen worden als aanpassing, dus is het niet per se beter, maar meer aangepast op omstandigheden die misschien wel slechter zijn, dat is bijvoorbeeld in dit geval de vervuiling veroorzaakt door de mens.

Een ander voorbeeld van aanpassing aan de stad zijn de bekende halsbandparkieten, die in bijvoorbeeld oude spechtenwoningen hun nestjes bouwen en beter bestand zijn tegen de koude, hoewel het natuurlijk ook in Nederland steeds warmer wordt. Een ander leuk voorbeeld van aanpassing is het gezang van de koolmezen. Uit onderzoek is gebleken dat stadskoolmezen hoger zingen dan ´gewone´ koolmezen. Stadskoolmezen moeten boven de laagfrequente tonen uitgestoten door het verkeer uitkomen, om bekend te raken bij het vrouwelijke geslacht. De ´normale´ gewone koolmees uit het wild valt vooral op bij het vrouwtje door zijn lage tonen, wat ook nog steeds bij de mens evolutionair als meest sexy wordt ervaren, maar de stadse variant heeft zijn gezang dus aangepast.

De schrijver merkt ook op dat vroeger het platteland veel aantrekkelijker was voor bijvoorbeeld de vogels. Door de ruilverkaveling en de huidige grootschaligheid in de landbouw is dat beeld helemaal gekanteld. Die agrarische omgeving is wat biodiversiteit betreft helemaal verschraald, er zijn geen leuke plekjes meer voor dieren te bezoeken, omdat alles rechttoe en rechtaan is. De biodiversiteit in de stad is gek genoeg groter en er valt allerlei voedsel te vinden, en vele dieren passen zich daarop aan.

De toekomst van dier, plant en mens?
Er valt niet te ontkomen om deze grote vragen te stellen. Elke dag krijgen we wel weer wat nieuws te horen op het gebied van het rampzalige verdwijnen van allerlei soorten of nieuwe metingen van het klimaat die nog erger blijken te zijn dan al gedacht of voorspeld. Schilthuizen merkte deze avond op dat het klimaatprobleem wat minder erg is dan bijvoorbeeld de achterliggende ´kwaal´ namelijk de overpopulatie van de mens. Er zijn teveel mensen op aarde. Tegen het klimaatprobleem kun je allerlei maatregelen nemen, maar wat doe je aan door ´s mensenhand uitgevoerde structurele vernietiging van de habitat van flora en fauna om maar het toenemende aantal mensenmagen te voeden?

Ten slotte
De schrijver gaat binnenkort weer naar Maleisië voor onderzoek en hoopt nieuwe soorten te ontdekken. Ook is in voorbereiding een boek over tweehonderd jaar Naturalis.

Na afloop was er de bekende borrel en kon je boeken kopen en laten signeren en natuurlijk nog wat vragen stellen over dit interessante onderwerp, waar we tegenwoordig allemaal mee te maken hebben. Het werd nog een heel gezellige napraat waar ook diverse boeken van de schrijver werden gekocht.
Dit was de laatste boeken bij Betje, maar volgend seizoen zal José Ferninandus in samenwerking met het genootschap Boeken bij Betje weer vrijdagavonden organiseren waar bekende schrijvers, dichters en wetenschapper uitgenodigd worden. Schrijver dezes hoopt u allen te zien in het sfeervolle Westerhem!

Cor Wagenaar

Top