U bent hier
Home > Nieuws > Weet je nog wel… oudje!?

Weet je nog wel… oudje!?

Dit jaar wordt voor de laatste maal de oliebollenactie Beemsterkerk gehouden. Tijd voor een ‘mijmering’.

Ik ben nog van de generatie Ab de Groot, familie Enthoven en familie Rol. Om maar een paar namen te noemen. Met gemak kan ik er nog tig aan toe voegen. Hoewel zelf niet kerkelijk, was ik wel jarenlang actief binnen de bakploeg. Ik bleef er zelfs voor thuis met oud en nieuw. In mijn herinnering begonnen in de loods van Gemeentewerken achter het Heerenhuis. Maar ook nog wel in het Koetshuis iets dichter bij. Werken in ploegen. Dikwijls ingezet op meer shifts. Kwam ik thuis voor een paar uurtjes slaap en dan vertrok ik weer. In mijn ‘oude goed’. Appels schillen in de kosterij en met een handboor (later heeft Ab er een ingenieuze ‘machine’ van gemaakt) en in plakken snijden. Ben gestart als bakker. Kwam uit de verwarmde ruimte (heater) een zinken teil met beslag met een vochtige doek erover. Op de tafels stonden allemaal open bakken met olie. Verhit met gasflessen onder de tafel. Met twee lepels (en al snel met een ijslepel) werd uit de teil beslag in de olie gedaan. Dat was wel een handigheidje. Je was ook wel afhankelijk van de ‘structuur’ van het beslag. Niet te dun maar zeker ook niet te stroperig. Met een beetje geluk gleed er zonder al te veel slierten een bolletje in de olie. De olie moest een bepaalde temperatuur hebben. Maar echt goed meten kon je niet. Als het te veel ging walmen, deed je er wat olie bij! Als het goed was, draaiden de gare bollen vanzelf om. Maar als er te veel uitstekels aan zaten, moest je ze een handje helpen. Slierten afhakken! Elke bakker leverde zijn eigen kwaliteit, zal ik maar zeggen. Van goudbruin tot stevig donker. Van goed doorbakken tot bijna naturel. Sommige bakkers maakten er een wedstrijdje van. Dat kwam de kwaliteit niet altijd ten goede. Met een schuimspaan haalde je de producten uit de olie en in roosterbakken met bruin papier. Daarin koelden ze af. Op enig moment kwamen de appelschijven tevoorschijn. Dat vroeg ook om een ander (dunner?) beslag. Met je vingers de appels voorzichtig in de teil en roeren. Hopend dat ze niet braken. Dan voorzichtig in de olie. Met enige regelmaat kwam de catering langs. Met koffie, thee, broodjes, soep. Dat was altijd prima verzorgd. Op de laatste dag werden de eindproducten ingepakt. Dit gebeurde op een andere locatie. Ik meen de kosterij.

Op enig moment ben ik gepromoveerd tot beslagmaker. Geweldig vond ik dat. De melkbussen met volle melk. Zo onder de koe vandaan. Als het koud was, bevroor de melk buiten. We hadden een oude kneedmachine. Korte instructie van de kenners en dan gaan….Prachtig. Flesje bier. Mix van krenten, rozijnen en stukjes appel. Als het beslag begon te trekken (dradig) was het goed. Het mooiste was om met ontblote armen nog even na te kloppen. Je arm tot ver boven je ellenboog in de derrie. Heerlijk. Plastic handschoenen waren er niet in die tijd. Dan afdekken en in de verwarmde ruimte. Soms kwam een volle bak terug voor ‘reparatie’. Dan was ie te dun of te dik. Improviserend aan de slag. Ik weet nog dat op enig moment Max van Wersch bij de beslagploeg kwam. Hij heeft ons een professionelere aanpak geleerd.

Ik kijk met veel mooie herinneringen terug naar die tijd. Zie mevrouw G nog binnenkomen om te bakken. Haar prachtig opgestoken in een knot. Voor mij chique kleren aan. Make-up. Gelukkig waren er schorten in overvloed.

Omdat ik meerdere shifts draaide, heb ik me nooit beziggehouden met het inpakken en uitventen.

Geert

Top