U bent hier
Home > Nieuws > Zeer geslaagde en druk bezochte laatste literaire avond in het Westerhem
met Oek de Jong in het vierkant die verhaalt over zijn ´zwarte schuur´

Zeer geslaagde en druk bezochte laatste literaire avond in het Westerhem
met Oek de Jong in het vierkant die verhaalt over zijn ´zwarte schuur´

Middenbeemster vrijdagavond 8 november 2019,  locatie het Agrarisch museum Westerhem. De laatste boeken bij Betje van dit jaar (start weer op volgend jaar in februari), na de welkomstwoorden van Janet Smith-van der Veen die verheugd was over  weer zo´n grote opkomst, en nog maar eens uitlegde aan het publiek hoe dit initiatief van Boeken bij Betje is ontstaan en hoe het verloop van de avond zal zijn, introduceerde José Ferdinandus de schrijver en daarna begon Alexander Reeuwijk met zijn interview van deze bekende literator, die ook wel eens de Zeeuwse schrijver wordt genoemd, omdat veel romans als decor het Zeeuwse land hebben. 

Het werd weer een onderhoudende en boeiende avond met na afloop de bekende borrel en hapjes. Bij het kraampje José Ferdinandus werd het druk van de mensen die graag een boek wilde kopen van de schrijver en velen stonden ook in de rij om die te laten signeren. Zo was het dringen en soms duwen in de smalle gangen van het Westerhem, en kan de organisatie van Betje Wolff met de vele vrijwilligers eromheen terug zien op een geslaagd seizoen, waarbij de aandacht en liefde voor goede boeken en schrijvers als de bijenlinten ´s zomers in onze mooie polder de Beemster weer een beetje mooier hebben gemaakt. 

De schrijver als een meubelmaker en als visionair

De schrijver vertelde hoe hij zowel een huis in Frankrijk heeft, waar hij schrijft aan een lange tafel in een aangeschafte bouwkeet op zijn erf aldaar of hij schrijft in zijn huis in Amsterdam aan een stalen werktafel die hij al minstens twintig jaar in zijn bezit heeft. Pertinent corrigeerde hij Alexander als die het woord bureau gebruikte, het is en moet een werktafel zijn! De schrijver herinnert zich hoe zijn grootvader die meubelmaker was hem op jonge leeftijd optilde om de geur van hout te ruiken. Het schrijven is ook een soort meubel maken, het is een heel proces waarbij hij eerst de kladversie in handschrift schrijft zonder op te letten of te corrigeren, en pas daarna gaat hij schaven, snijden, beitelen, afstand nemen, en sowieso maakt hij drie versies van een boek om pas later tot een definitieve versie te komen. Als het boek in de ´steigers staat´ dan pas gaat hij contact opnemen met zijn uitgever.

Schrijven is dus enerzijds ambachtelijk, er moet als er na lange incubatietijd een roman ontstaat veel gezaagd, geschaafd, geschuurd en geschrapt zijn om te komen tot een hedendaagse aansprekende roman, maar anderzijds moet de kunstenaar zich laten leiden door zijn intuïtie.  Het liefst zou er een bovenzinnelijke werkelijkheid moeten ontstaan, een product van visionaire verbeelding, een creatie die zich onderscheidt en de grenzen van het alledaagse overstijgt. Hij noemt als voorbeeld daarvan het  Isenheimer altaar van Matthias Grünewald (1470-1528) in het Unterlinden-Museum in Colmar. Dit is ook een motief dat terugkeert zijn laatst uitgekomen roman ´De zwarte schuur´.

Van opwaaiende zomerjurken tot de zwarte schuur

Wie kent niet deze titel van zijn romandebuut zo´n veertig jaar geleden? Hier worstelt het hoofdpersonage met zijn pubergevoelens waarbij het conflict tussen verstand en gevoel zich manifesteert. Hij ondergaat hevige verlangens naar allerlei vormen van erotiek, waarbij veelal ook  oedipale verlangens. De titelverklaring is hierbij verklarend: als tante en moeder besluiten om hun jurken dan maar gewoon te laten waaien ervaart hij een toestand van lichtheid en zweverigheid, maar hij zoekt ook naar een wijsgerig systeem dat hem losmaakt van de psychologie en de eisen van moeder en maatschappij om als mens onbekommerd te kunnen leven. 

​Vormt het schrijverschap hem tot de wat Freud noemde de sublimering van oerdriften omgezet in zijn ambitie te komen tot kunst? Het lijkt wel de ontsnapping te zijn uit het labyrint van dolen door laantjes van erotiek, angst en agressie, en niet loskomen van de moeder. Maar wat nou als je niet daaraan wilt of niet kan ontkomen en het een dankbaar reservoir biedt voor al je kunstwerken die als een onuitputtelijke  bron blijven opborrelen?

​In zijn boek ´De zwarte schuur´ worstelt het artistieke hoofdpersonage Maris met een ´jeugdzonde´ begaan op een hooizolder met een meisje met een fatale afloop, waarbij hij het meisje heeft omgebracht. In de roman Hokwerda´s kind is er een fatale aantrekkingskracht tussen de hoofdpersonages die het ook wisten, maar er evengoed gehoor aan moesten geven, als een soort duistere, noodlottige kracht. Ook hebben veel hoofdpersonages in veel romans van de Jong het gevoel dat hij of zij niet bij de dorpers hoort, niet in zijn sociale omgeving past, en ook niet in het gezin dat hij of zij een soort koekoeksjong is dat niet in het nest thuishoort en uiteindelijk uitvliegt, maar niet zonder schade te hebben aangericht en ook daarmee blijvend psychisch geplaagd en gemarteld wordt. 

Er is hier een parallel te trekken met het boek van Schuld en Boete van Dostojevski die de schrijver hogelijk bewonderd. Hoewel hier een dubbele moord met voorbedachten rade wordt gepleegd, en bij Maris lijkt die intentie van moord afwezig, maar eerder een ongeluk te zijn van een ondoordachte handeling, maar wel gemeenschappelijk is het verlangen van de hoofdpersonages Raskolnikow en Maris om vrede te krijgen en vergeving. Maris probeert uiteindelijk zich te verzoenen met de drie broers wiens zus hij om het leven heeft gebracht. Dat lukt niet, maar toch ervaart hij wel een soort catharsis. Dat geeft de roman een positief einde. Ondanks de trauma´s en misstappen die je hebt of kan begaan in het leven, is er een glinstering van verzoening en purificatie. Kan een boek of kunstwerk daarbij helpen? Het antwoord is aan den lezer…

Cor Wagenaar

Top