Chris Dik vertelt met passie over ‘zijn’ Lancaster ED554 Nieuws by sjaakmartens - 3 maart 20243 maart 2024 Wat gebeurt er met je als je hoort dat er boven jouw woning in WO2 een vliegtuig geëxplodeerd is en brokstukken ervan inclusief een bemanningslid nabij jouw perceel zijn neergekomen? Menig bewoner zal denken: “Ach, het is zo lang geleden. Over tot de orde van de dag”. Zo niet Chris Dik. Als hij verneemt dat er boven zijn pand aan de Zuiddijk een Lancaster is getroffen en het staartstuk inclusief staartschutter op het land achter zijn boerderij neerkomt, raakt hij in de ban van dit verhaal. Wat wellicht begon als ‘gewone nieuwsgierigheid’ groeit uit tot een passie. Enigszins vergelijkbaar met stamboomonderzoekers. Als de je namen van je voorouders hebt, wil je weten hoe ze er uit zagen, wat ze dachten, hoe ze leefden. Kortom: antwoorden leveren nieuwe vragen op. Zo is het ongetwijfeld ook met Chris gegaan. Want ‘zijn’ Lancaster ED 554 was geen individueel vliegtuig maar fungeerde in een groter geheel. Hij was geproduceerd, hij was bemand, hij vloog met anderen naar een bepaald doel, hij werd neergehaald. Met alle gevolgen van dien. Donderdagavond 29 februari deelde hij voor de tweede maal in de Kerckhaen in Westbeemster wat hij tot nu toe ‘boven water’ had weten te halen. Letterlijk en figuurlijk. Dat was alweer veel meer dan tijdens zijn eerste lezing bijna een jaar terug. Mede omdat hij andere enthousiastelingen heeft gevonden met eenzelfde passie. Die ook al brokstukken, weer letterlijk en figuurlijk, van het grote verhaal hebben verzameld. Hij bouwt zijn verhaal min of meer chronologisch en vanuit verschillend perspectief bezien op. De techniek, de strategie, de bemanning, de verdediging en het vervolg. In het besef dat hij deze avond slechts beperkte tijd heeft om zijn verhaal te doen. Uren had hij nog wel door kunnen gaan. Zeker omdat hij beseft dat er louter ‘lotgenoten’ in de zaal zitten. Het verhaal. In mijn woorden. In de vooravond van 9 op 10 april 1943 stijgen ruim honderd bommenwerpers op vanuit een luchthaven in Engeland. Lancasters. Begeleid door een vijftal Mosquito’s om het doel te markeren. Ze vliegen in het donker en in formatie omdat dit relatief minder gevaarlijk is. Zo’n zeven uur van te voren zijn ze gebrieft over hun doel: Duisburg in het industrieel Ruhrgebied. Elk vliegtuig heeft een zware bom om het doel open te gooien en diverse brandbommen om het vernietigend werk daarna af te maken. Om zo laat mogelijk verstrikt te raken binnen de ‘cirkels’ van het Duitse radarsysteem boven Nederland en zo lang mogelijk te kunnen genieten van het veilige water van het IJsselmeer, vliegen ze boven ons grondgebied. Elk vliegtuig heeft zeven bemanningsleden. Elk met een eigen taak. De kwetsbaarheid zit aan de onderkant van het vliegtuig. Dat weten de Duitsers. Als ze vernemen dat er vliegtuigen naderen, stijgen er Messerschmitts op vanaf vliegveld Bergen. Hun aanval is gericht op de kwetsbare onderkant van de bommenwerpers. Ze zijn op dat moment nog vaak succesvol met deze aanpak. De Amerikanen zullen later ook aan de onderkant geschut maken. Laten we inzoomen op ‘ons’ vliegtuig. Dit is zijn elfde vlucht. Vierennegentig vlieguren. Met een min of meer vaste bemanning die voor de vierde keer op missie is. Jonge jongens. Begin twintig. Deels getrouwd. Een enkeling aanstaand vader. In de glazen koepel in de staart, koud en kwetsbaar, zit de staartschutter Cornelius Kleynhans. Uit Zuidelijk Afrika naar Engeland gekomen om te kunnen vliegen. Dat betekent in zijn geval om te vechten. Zijn vliegtuig wordt boven de Beemster geraakt. Door wat later een befaamd piloot zou worden: de 23 jarige Feldwebel Heinz Vinke. Na een kort luchtgevecht van twaalf minuten, rond half elf ’s avonds. Het voorval wordt waargenomen door de toenmalige bewoners van de boerderij, de familie Jantjes. Maar ook door bewoners die op de kerktoren in Middenbeemster staan om vliegbewegingen te signaleren. De Lancaster explodeert en breekt in twee stukken. De staart met Cornelius komt neer op het weiland grenzend aan de Zuiddijk. Het voorste deel boort zich in de weke grond in het Jisperveld aan de andere kant van het kanaal. Alle bemanningsleden komen om en worden, voor zover dat mogelijk is, begraven op de Nieuwe Oosteregraafplaats in Amsterdam. Voor Chris is een onuitputtelijke bron van informatie de gedetailleerde dagboeken in Engeland die bijgehouden worden van elke vlucht. Als kind zo blij is hij, als hij weer een origineel stuk in handen krijgt. Weer een stukje van de puzzel. Een tastbaar bewijs om zijn verhaal te verifiëren. Hij zou elke locatie persoonlijk willen bezoeken. Een tweede belangrijke bron zijn de collega amateurhistorici. Die heel veel tijd stoppen in het navorsen van alle mogelijke bronnen. Over de technieken, de strategieën, de biografieën . En wat minstens zo belangrijk is: die de bereidheid hebben om hun informatie te delen. Een deel van hen is deze avond ook aanwezig. Door al hun (natte) veldwerk zijn er concrete brokjes en brokken van het vliegtuig gevonden. Van schoen tot motoronderdeel, van munitiegeleider tot mitrailleurtrekker. Chris heeft het deze avond allemaal meegenomen. Omdat ook hij zijn passie zonder terughoudendheid wil delen. Wat er niet (meer) is, bouwt hij na. Zo heeft hij in de nachtelijke uren een maquette gemaakt van de Duitse Radarinstallatie Stellung Zander nabij Zandvoort. Op basis van foto’s en plattegronden. Geheel op schaal. Geert Heikens (Deze lezing is georganiseerd door het Historisch Genootschap Beemster) Dit delen: Delen op X (Opent in een nieuw venster) X Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook Gerelateerd